Veiligheid

Heb je een boot, dan wil je altijd veilig het water op. Ken daarom alle voorzorgsmaatregelen en zorg dat je boot aan de veiligheidseisen voldoet, om onnodige ongelukken te voorkomen. Welke veiligheidsmaatregelen zijn er?

 

Zoals we op de weg een rijbewijs heel normaal vinden, krijg je in een aantal gevallen als watersporter ook te maken met het vaarbewijs. Dit is verplicht voor pleziervaartuigen die harder kunnen als 20 kilometer per uur en langer zijn dan 15 meter. Onder pleziervaartuigen vallen ook zeilboten, let er dus op of jij als zeiler verplicht een vaarbewijs nodig hebt. Ook een gelijkenis met de weggebruiker, varen onder invloed is verboden. De toegestane alcohol in je bloed tijdens het varen ligt op 0,5%.

Voor het veilig varen kennen we nog veel meer regels, het is belangrijk dat je deze kent en toe kan passen waar nodig voordat je het water opgaat. Let wel op, voor zeilers in open bootjes zijn deze regels minder van toepassing. Wel blijft het belangrijk deze te kennen. Hieronder een overzicht van regels en tips:

  1. Zorg aan boord voor actuele vaarkaarten. Blijf op de hoogte van de weersverwachtingen en vaar niet bij slecht zicht of in het donker als het niet nodig is.
  2. Let op de dode hoek beroepsvaart. Beroepsschippers kunnen je soms niet zien door de dode hoek voor hun schip. Die kan maar liefst 350 meter zijn.
  3. Zet een duidelijke koers uit. Steek het vaarwater of de vaargeul zo snel mogelijk over. Dat doe je door zo veel mogelijk in een rechte lijn van de ene naar de andere kant te varen.
  4. Let op het blauwe bord. Wanneer een schip een blauw bord met wit flikkerlicht voert, passeer dan bij voorkeur aan de zijde van het blauwe bord.
  5. Zorg dat andere schepen geen last hebben van je hek- en boeggolven. Minder vaart om een groot schip sneller te laten passeren.
  6. Als je een marifoon hebt, ben je verplicht om die uit te luisteren. Vaar daarom met de marifoon aan (kanaal 10) en gebruik deze om gevaarlijke situaties te voorkomen.
  7. Wijs andere schepen op gevaar door een lange stoot op de hoorn te geven.
  8. Geef beroepsvaart de ruimte. Vaar zoveel mogelijk langs de oever en blijf uit de buurt van de beroepsvaart. Geef beroepsvaart vooral de ruimte bij bochten en havens.
  9. Wees altijd goed zichtbaar en zorg dat je vrij om u heen kunt kijken en de geluidssignalen van andere vaartuigen goed kunt horen.
  10. Zorg dat je in een sluis aan bakboord en stuurboord kunt afmeren. Plaats stootkussens en voldoende landvasten aan weerszijden van je vaartuig.

Algemene tips
Iedere noodsituatie is anders, maar voor elke noodsituatie geldt in ieder geval:

  • Blijf zo rustig mogelijk en denk na voordat je handelt.
  • Waarschuw en informeer mensen in je omgeving.
  • Als je gewond bent of in acuut gevaar verkeert, alarmeer dan de hulpdiensten of probeer anderen om hulp te vragen.
  • Ben je zelf niet gewond, help dan waar mogelijk anderen.
  • Probeer informatie te krijgen van een betrouwbare bron. Luister naar de calamiteitenzender of kijk op www.crisis.nl
  • Volg de instructies van de hulpdiensten en de overheid op.

 

naar boven