Klein Vaarbewijs

Om veilig het water op te gaan is een Klein Vaarbewijs geen overbodige luxe. Wanneer is dit kleine vaarbewijs nodig?

In Nederland moet je een Klein Vaarbewijs hebben als je met een schip wil varen dat langer is dan 15 meter en/of sneller kan varen dan 20 km per uur. We onderscheiden het Klein Vaarbewijs I en het aanvullende Klein Vaarbewijs IA. Samen vormen I en IA het Klein Vaarbewijs II.

Klein Vaarbewijs I *
Dit vaarbewijs geeft je het recht te varen op alle rivieren, kanalen en kleine meren. De Gouwzee en de Randmeren (Gooimeer t/m Ketelmeer/Zwarte Meer). Het Klein Vaarbewijs I is niet geldig voor de Westerschelde, de Oosterschelde, het IJsselmeer, incl. het Markermeer en het IJmeer, de Waddenzee, de Eems en de Dollard. Om in deze vaargebieden te varen moet je beschikken over het Klein Vaarbewijs II.

Klein Vaarbewijs IA *
Dit aanvullend examen is bestemd voor personen die Klein Vaarbewijs I al in het bezit hebben en ook willen varen op de Westerschelde, de Oosterschelde, het IJsselmeer, incl. het Markermeer en het IJmeer, de Waddenzee, de Eems en de Dollard.

Klein Vaarbewijs II *
Klein Vaarbewijs I en IA vormen tezamen het Klein Vaarbewijs II.

(* Bezitters van het Certificaat Theoretische Kustnavigatie kunnen vrijstelling krijgen voor het examen van het Klein Vaarbewijs IA (aanvullend) en behoeven bovendien slechts een beperkt examen Klein Vaarbewijs I (VBB-reglementen) af te leggen. 
Personen die in bezit zijn van het Klein Vaarbewijs I en het TKN certificaat kunnen het Klein Vaarbewijs II aanvragen.

Het Watersportverbond werkt samen in de Stichting VAMEX voor de examinering en afgifte van het Klein Vaarbewijs, Groot pleziervaartbewijs en de marifoonexamens. Meer informatie over het vaarbewijsexamen vind je hier www.vamex.nl.

naar boven